ECLI:NL:RBZWB:2022:6396

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 november 2022
Publicatiedatum
2 november 2022
Zaaknummer
10021891_E16112022
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Hindriks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 238 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onduidelijke eiswijziging in civiele procedure

In deze civiele bodemprocedure vordert eiser betaling van een factuurbedrag vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente. Tijdens de procedure wijzigt eiser zijn eis, maar de wijziging is onduidelijk en bevat geen petitum. Hierdoor is niet duidelijk welke vordering nu precies wordt ingesteld en welke betalingen reeds zijn verrekend.

De kantonrechter oordeelt dat het op de eisende partij rust om haar vordering eenduidig en inzichtelijk te formuleren, hetzij bij dagvaarding, hetzij uiterlijk bij akte. Nu eiser hierin tekort is geschoten, kan de rechtbank niet op de vordering beslissen en wijst zij deze af.

Eiser wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Gedaagde heeft geen kosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen, zodat de kosten aan diens zijde nihil worden vastgesteld.

Het vonnis is gewezen door rechter Hindriks en op 16 november 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onduidelijke eiswijziging; eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
Zaak- en rolnummer: 10021891 CV EXPL 22-2850
vonnis van 16 november 2022
inzake
[eiser],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiser, hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [naam] ,
tegen
de besloten vennootschap
[gedaagde],
gevestigd te Baarle-Nassau,
gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon bij monde van haar directeur [naam] .

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. de dagvaarding van 13 juli 2022 met producties;
b. het extract audiëntieblad van de rolzitting van 3 augustus 2022 met het mondelinge antwoord en de aangehechte schriftelijke conclusie van antwoord met productie;
c. de akte van [eiser] , tevens wijziging van eis;
d. het extract audiëntieblad van de rolzitting van 19 oktober 2022 met de mondelinge antwoordakte en de aangehechte schriftelijke antwoordakte met producties.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
De kantonrechter oordeelt dat uit de akte wijziging van eis niet duidelijk is, welke vordering [eiser] in deze procedure bedoelt in te stellen. De akte eindigt zonder petitum en vermeldt in de laatste alinea de tekst:
“Factuurnummer 2021-040 ad € 665,44 is nog niet betaald. (…) Derhalve vordert over dit factuurbedrag nog de incassokosten ad € 99,82, alsmede de wettelijke rente over de gehele vordering (…).”. Uit deze akte leidt de kantonrechter in ieder geval af dat [eiser] erkent dat de bij dagvaarding ingestelde vordering van € 631,70, vermeerderd met wettelijke (handels)rente daarover vanaf 18 oktober 2021, onjuist was. Welke vordering nu resteert, met welke betalingen van [gedaagde] [eiser] nu wel en geen rekening heeft gehouden en wat hij bedoelt met ‘
wettelijke rente over de gehele vordering’, is door [eiser] niet vermeld. Daardoor weet de kantonrechter niet op welke vordering zij moet beslissen.
2.2
Omdat het op de weg van [eiser] als eisende partij ligt om primair bij dagvaarding, maar toch uiterlijk bij akte zijn vordering eenduidig te formuleren en inzichtelijk te maken en [eiser] dat niet heeft gedaan, verbindt de kantonrechter daaraan het gevolg dat zijn vordering wordt afgewezen.
2.3
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Die kosten worden aan de zijde van [gedaagde] tot en met vandaag vastgesteld op nihil, nu niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] in deze procedure kosten heeft gemaakt die op grond van artikel 238 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor vergoeding in aanmerking komen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Hindriks en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2022.