Uitspraak
[naam bedrijf]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert eiser vergoeding van schade aan bestrating en kapotte lampen veroorzaakt door gedaagde. De rechtbank heeft eiser een bewijsopdracht gegeven om aan te tonen dat gedaagde de schade aan de bestrating heeft veroorzaakt en om de herstelkosten te bewijzen. Eiser heeft echter afgezien van het leveren van dit bewijs, mede vanwege bezwaren tegen de kosten van een door de rechtbank benoemde deskundige.
Door het afzien van bewijslevering is niet komen vast te staan dat gedaagde verantwoordelijk is voor de bestratingsschade, waardoor deze vordering wordt afgewezen. Ten aanzien van de kapotte lamp heeft de rechtbank reeds in een tussenvonnis bepaald dat gedaagde tot betaling van €250,- veroordeeld zal worden, hetgeen nu bij eindvonnis wordt uitgesproken.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door rechter Hindriks op 26 oktober 2022.
Uitkomst: Vordering tot vergoeding kapotte lamp toegewezen, bestratingsschade afgewezen wegens afzien van bewijslevering.