Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2022:6409

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 april 2022
Publicatiedatum
3 november 2022
Zaaknummer
21-015266
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 535 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoekschrift schadevergoeding niet-ontvankelijk wegens ontbreken handtekening

Verzoekster diende een verzoekschrift in op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering voor een schadevergoeding van gemaakte reis- en verblijfkosten en een forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De zaak betrof een strafrechtelijke verdenking van bedreiging die uiteindelijk werd geseponeerd.

Tijdens de raadkamerzitting op 21 maart 2022 was verzoekster en haar raadsman niet aanwezig, hoewel zij waren opgeroepen. De officier van justitie stelde primair dat het verzoek niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het verzoekschrift niet door verzoekster was ondertekend. Subsidiair werd een gedeeltelijke toewijzing voorgesteld voor een deel van de kosten.

De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van de handtekening van verzoekster op het verzoekschrift betekent dat zij niet ontvankelijk is, aangezien het Wetboek van Strafvordering geen vertegenwoordiging bij dit verzoek toestaat. Het verzoek werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van haar handtekening op het verzoekschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02/214569-20
rk-nummer: 21-015266
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 7 oktober 2021, in de zaak:
[verzoekster]wonende te [woonadres] ,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. J. van Rooijen, Tivolistraat 18, 5017 HP Tilburg

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 16,46, voor vergoeding van reiskosten;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 9 juli 2021;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 21 maart 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie gehoord.
Verzoekster en haar raadsman zijn behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoekster is aangevoerd dat zij op 16 juli 2020 als verdachte door de politie is gehoord inzake een strafrechtelijke verdenking aangaande een bedreiging. Op 9 juli 2021 is de zaak, na een OM-hoorzitting, geseponeerd. Verzoekster heeft € 16,46 aan reis- en verblijfkosten gemaakt aangaande het politieverhoor en de OM-hoorzitting. Daarnaast vraagt verzoekster de forfaitaire vergoeding ter hoogte van € 680,00 voor het opstellen, indienen en behandelen van onderhavig verzoekschrift in raadkamer.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoekster, primair, niet-ontvankelijk verklaard dient te worden nu het verzoekschrift niet door verzoekster is ondertekend. Voorts stelt de officier van justitie zich, subsidiair, op het standpunt dat het verzoek tot € 13,45 toegewezen kan worden, het overige deel, dat ziet op het verhoor bij politie, valt niet binnen de reikwijdte van artikel 530 Sv Pro. Het forfaitaire bedrag inzake onderhavig verzoekschrift kan toegewezen worden.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De rechtbank constateert dat het verzoekschrift niet door verzoekster is ondertekend. Noch in artikel 533 Sv Pro noch elders in het Wetboek van Strafvordering is in indiening van een verzoekschrift door een gemachtigde uitdrukkelijk voorzien, zodat aangenomen moet worden dat de wetgever van vertegenwoordiging te dezen niet heeft willen weten (ECLI:NL:HR:1987:AB7723). De rechtbank is van oordeel dat verzoeker niet ontvankelijk is in zijn verzoekschriften.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beslissing is op 4 april 2022 gegeven door mr. R.P. Broeders, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).