Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de vordering van de officier van justitie d.d. 11 januari 2022;
- de schriftelijke verklaring van veroordeelde d.d. 21 februari 2022;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 30 maart 2022 uitspraak gedaan in een zaak waarin het Openbaar Ministerie een machtiging tot gijzeling vorderde tegen een veroordeelde die een ontnemingsmaatregel niet had voldaan. De veroordeelde was bij de behandeling niet aanwezig, maar had schriftelijk verklaard dat hij niet in staat was te betalen.
De rechtbank overwoog dat sinds de inwerkingtreding van de Wet USB op 1 januari 2020 het dwangmiddel gijzeling wordt toegepast in plaats van lijfsdwang bij niet-naleving van ontnemingsmaatregelen. Daarbij geldt een maximale duur van gijzeling die de rechter moet bepalen.
Uit het dossier bleek dat de veroordeelde geen verhaalsmogelijkheden bood en schuldhulpverlening was ingeschakeld. Ook speelde de schuldenproblematiek een rol bij het plegen van de feiten. Daarom achtte de rechtbank de vordering tot gijzeling ongegrond en wees deze af.
Tegen deze beschikking kan beroep in cassatie worden ingesteld onder voorwaarden van consignatie van het verschuldigde bedrag en kosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot machtiging gijzeling af wegens aannemelijke onmacht tot betaling.