Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 2 februari 2022 en de onderliggende stukken,
- de bij brief van 9 juni 2022 aan de rechtbank ter gelegenheid van de mondelinge behandeling toegezonden productie 7 van de zijde van [gedaagde] ,
- de mondelinge behandeling op 23 juni 2022, waarvan zittingsaantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
€ 666,67 aan [eiser] betaald.
3.Het geschil
4.De beoordeling
3.540,00(2 punten × tarief € 1.770,00)