ECLI:NL:RBZWB:2022:6436
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 15 februari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, verlengbaar met zes maanden, op deze aanvraag beslist. Eiser stelde verweerder op 19 februari 2022 in gebreke, waarna hij binnen twee weken beroep kon instellen toen nog steeds geen besluit was genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Hoewel verweerder verzocht om een langere beslistermijn van dertien weken vanwege het grote aantal herbeoordelingen en de complexiteit van de procedure, acht de rechtbank een termijn van tien weken na verzending van de uitspraak redelijk.
De rechtbank wijst tevens een dwangsom toe van €100 per dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder moet het griffierecht van €50 aan eiser vergoeden. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen tien weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.