ECLI:NL:RBZWB:2022:6437
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 8 februari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, met mogelijke verlenging van zes maanden, een besluit genomen. Eiseres heeft verweerder op 14 juli 2022 in gebreke gesteld, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank overweegt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de noodzaak van zorgvuldige behandeling. De rechtbank acht een termijn van elf weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door eiseres af.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 379,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van het besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.