ECLI:NL:RBZWB:2022:6438
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 27 januari 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst had volgens de wet binnen zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, moeten beslissen, maar heeft dit niet tijdig gedaan. Nadat eiseres de Belastingdienst op 22 juni 2022 in gebreke stelde en twee weken verstreken waren zonder besluit, stelde zij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Hoewel de Belastingdienst om een langere termijn van dertien weken verzocht vanwege het grote aantal verzoeken en de noodzaak van zorgvuldige behandeling, acht de rechtbank een termijn van elf weken na verzending van deze uitspraak redelijk. De rechtbank wijst het verzoek om verlenging van de termijn met vertraging door eiseres af.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de Belastingdienst de termijn overschrijdt. De rechtbank bevestigt tevens dat de dwangsom zoals vastgesteld door de Belastingdienst in oktober 2022 juist is. Tot slot veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen elf weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.