ECLI:NL:RBZWB:2022:6447

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 oktober 2022
Publicatiedatum
3 november 2022
Zaaknummer
19/665
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking beroep en proceskostenvergoeding na vermindering belastingaanslag

Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2017. Na vermindering van de aanslag door de inspecteur heeft belanghebbende het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenvergoeding beoordeeld op basis van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. De inspecteur erkende vergoeding van reiskosten, maar stelde een lager bedrag voor dan door belanghebbende opgegeven.

De rechtbank stelde vast dat belanghebbende niet met het openbaar vervoer had gereisd en dat de enkele reisafstand 64 kilometer bedroeg. Op basis hiervan werd de proceskostenvergoeding vastgesteld op €35,84, zijnde 128 kilometer maal €0,28 per kilometer. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €47 door de inspecteur moet worden vergoed.

De uitspraak werd gedaan door rechter J.H. Bogert op 31 oktober 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van €35,84 aan proceskosten voor reiskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 19/665

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2022 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Procesverloop

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op het bezwaar van de inspecteur beroep ingesteld.
De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2021 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, de gemachtigde van belanghebbende en namens de inspecteur, [inspecteur] .
Belanghebbende heeft, naar aanleiding van de vermindering van de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2017 door de inspecteur, het beroep ingetrokken. Daarbij is verzocht de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
De inspecteur heeft de rechtbank medegedeeld dat proceskosten kunnen worden vergoed op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Overwegingen

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
Belanghebbende heeft verzocht om een vergoeding voor de door hem gemaakte reiskosten van € 44,80 (zijnde 160 kilometers keer € 0,28).
De inspecteur ziet reden tot het vergoeden van de reiskosten die belanghebbende heeft gemaakt voor de zitting van 17 december 2021. De inspecteur stelt echter dat er in beginsel recht op vervoerskosten per openbaar vervoer 2e klasse geldt van in totaal € 29,70. Indien er een rechtvaardiging is voor een vergoeding per gereden kilometer dan bestaat recht op een vergoeding van maximaal € 35,84. Volgens de inspecteur bedraagt de enkele reisafstand 64 kilometers en voor de heen- en terugreis is dat in totaal 128 kilometers. De inspecteur heeft ter onderbouwing van de reisafstand een uitdraai van de ANWB-routeplanner overgelegd met als vertrekpunt het woonadres van belanghebbende en met als eindbestemming de rechtbank in Breda.
Het is de rechtbank niet gebleken dat belanghebbende met het openbaar vervoer heeft gereisd. Daarnaast heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de enkele reisafstand voor belanghebbende 64 kilometers is. De rechtbank stelt de proceskostenvergoeding vast op € 35,84 (zijnde 128 kilometers keer € 0,28).
De rechtbank wijst erop dat de inspecteur op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 47 te vergoeden. Belanghebbende zal zich hiervoor dan ook tot de inspecteur moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 35,84.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. Bogert, rechter, in aanwezigheid van mr. B.W. Liu, griffier op 31 oktober 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.