Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het verzoekschrift ex artikel 29f Sv;
- de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster werd op 10 december 2018 aangehouden wegens mishandeling van een baby. Zij verzoekt de rechtbank de strafzaak te beëindigen omdat er geen bewijs is dat zij verdachte is. De officier van justitie stelt dat verdachte wordt gedagvaard en dat het onderzoek nog loopt, mede vanwege een af te wachten rapport van het NFI.
De rechtbank overweegt dat het belang van verzoekster om duidelijkheid te verkrijgen voorop staat, maar dat het verzoek alleen kan worden toegewezen als de vervolging niet wordt voortgezet. Nu het Openbaar Ministerie nog wacht op het NFI-rapport en er nog geen formele vervolging is beëindigd, kan niet worden vastgesteld dat de vervolging niet wordt voortgezet.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af. De beslissing is op 25 maart 2022 uitgesproken door rechter R.P. Broeders tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de strafzaak wordt afgewezen omdat het onderzoek nog niet is afgerond.