Klaagster diende een klaagschrift in tegen het beslag op haar Audi A3, die was ingenomen nadat haar partner werd aangehouden zonder geldig rijbewijs. Klaagster stelde niet op de hoogte te zijn van het ontbreken van een rijbewijs bij belanghebbende, ondanks hun relatie en langdurige kennis van elkaar.
De officier van justitie voerde aan dat er sprake was van recidive bij belanghebbende en dat het voertuig herhaaldelijk in beslag was genomen. Zij stelde dat klaagster redelijkerwijs op de hoogte had moeten zijn van het ontbreken van een geldig rijbewijs en dat het voortduren van het beslag noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek in raadkamer summier is en dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag moet rechtvaardigen. Uit het dossier bleek niet dat klaagster bekend was met het ontbreken van het rijbewijs. De korte relatie en eerdere kennissenband rechtvaardigen niet de veronderstelling van kennis.
Daarom achtte de rechtbank het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter de verbeurdverklaring van de auto zal bevelen. Het strafvorderlijk belang bij voortduren van het beslag ontbrak, waardoor het klaagschrift gegrond werd verklaard en de teruggave van de auto aan klaagster werd gelast.