ECLI:NL:RBZWB:2022:6467
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- van Oijen
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Nederlandse rechter bij geschil over verblijf minderjarige in Spanje
In deze zaak vordert de man bij kort geding de toevertrouwing van zijn minderjarige kind, dat in Spanje verblijft, aan hem toe te wijzen en onder meer de vrouw te verplichten medewerking te verlenen aan inschrijving op een Nederlandse school en het afgeven van documenten. De vrouw betwist de vorderingen en wijst op een lopende procedure in Spanje.
De voorzieningenrechter onderzoekt de internationale bevoegdheid en stelt vast dat op grond van Verordening Brussel II-ter de rechter van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, bevoegd is. Aangezien het kind in Spanje verblijft en de procedure aldaar reeds loopt, is de Nederlandse rechter onbevoegd.
Het beroep van de man op spoedeisende bevoegdheid faalt omdat het kind zich niet in Nederland bevindt. De voorzieningenrechter verwijst partijen naar Cross Border Mediation om tot afspraken te komen en bepaalt dat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst partijen naar Cross Border Mediation.