Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op 31 mei 2020 te Tilburg, als bestuurder van een motorrijtuig (motor), daarmede rijdende over de Burgermeester Letschertweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft hij, verdachte zeer, onvoorzichtig en onoplettend, zonder in het bezit te zijn van een motorrijbewijs (te weten rijbewijs A), meerdere motoren rechts ingehaald en met een hogere snelheid dan de aldaar voor motorrijtuigen/motoren toegestane maximum snelheid van 80 kilometer per uur gereden, waardoor hij, verdachte, met de door hem bestuurde motor in botsing is gekomen met een voor hem, verdachte, rijdende motor, door welk verkeersongeval, [slachtoffer] (zijnde de bestuurder van die motor die voor de verdachte reed) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten: een geamputeerd rechter onderbeen;
op 31 mei 2020 te Tilburg, als bestuurder van een motorrijtuig (motor) heeft gereden op de Burgermeester Letschertweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een taakstraf van 240 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;
geen straf of maatregel wordt opgelegd;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van twee jaar.