ECLI:NL:RBZWB:2022:6510
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en aanslag OZB na compromis tussen belanghebbende en heffingsambtenaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2019, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op € 733.000. Dit leidde tot aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) en watersysteemheffing voor 2020. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de procedure bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op € 603.000, met dienovereenkomstige vermindering van de OZB-aanslag. De rechtbank bekrachtigde dit compromis, maar kon het compromis over de watersysteemheffing niet bevestigen omdat belanghebbende daartegen geen gronden had aangevoerd. De heffingsambtenaar zal deze aanslag ambtshalve verminderen.
Daarnaast spraken partijen een proceskostenvergoeding van € 1.804,76 af, inclusief kosten voor taxatierapport en griffierecht. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar.
Belanghebbende vorderde tevens vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar voor bezwaar en beroep. De rechtbank stelde vast dat de termijn met circa zes maanden was overschreden en kende een schadevergoeding toe van € 500, waarvan € 250 voor rekening van de heffingsambtenaar en € 250 voor de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verminderd naar € 603.000 en aanslag OZB dienovereenkomstig verlaagd; proceskosten en immateriële schadevergoeding worden toegekend.