Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2022:6523

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 april 2022
Publicatiedatum
7 november 2022
Zaaknummer
21-018406
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klaagschrift wegens beëindigd beslag op auto

Klager diende een klaagschrift in tegen de inbeslagname van zijn personenauto, stellende dat het beslag geen redelijk doel diende en hem buiten proportioneel raakte. Hij voerde aan dat er geen belang bij de strafvordering was en dat de kans op recidive gering was, onderbouwd met een verklaring van een vriend die hem zou vervoeren.

De officier van justitie stelde dat het beslag gehandhaafd moest blijven vanwege meerdere eerdere aanhoudingen van klager voor rijden zonder geldig rijbewijs en het gebruik van een vals rijbewijs, waardoor de kans op recidive hoog werd ingeschat. Tevens stelde de officier dat het klaagschrift niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de politierechter reeds een eindbeslissing had genomen.

De raadkamer stelde vast dat het beslag op de auto op grond van artikel 94 Sv Pro reeds was geëindigd doordat de politierechter op 28 januari 2022 had bevolen de auto terug te geven aan de rechthebbende. Hierdoor was het klaagschrift feitelijk niet meer ontvankelijk. Klager en zijn raadsman waren opgeroepen maar niet verschenen bij de behandeling.

De rechtbank verklaarde klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift en wees op de mogelijkheid van beroep in cassatie binnen veertien dagen na dagtekening of betekening van de beslissing.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift omdat het beslag op de auto reeds is beëindigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02/288125-21
rk.nummer: 21-018406
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]wonende te [woonadres] ,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. M.B. Chylinska, Pieter Ghijsenlaan 24 D, 1506 PV Zaandam
hierna te noemen: klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 24 oktober 2021 onder klager in beslag is genomen: een personenauto van het merk, Mercedes-Benz, type, GLA en voorzien van het kenteken; [kenteken] .
  • het klaagschrift, ingediend op 25 november 2021 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie;
  • de aantekening mondeling vonnis van de politierechter van deze rechtbank van 28 januari 2022; en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 21 maart 2022. Gehoord is de officier van justitie.
Klager en zijn raadsman zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Namens klager is aangevoerd dat hij bij brief van 24 oktober 2021 op de hoogte is gesteld van de in beslagname van zijn auto. De in beslagname van de auto treft geen redelijk doel. Er is geen enkel belang van strafvordering mee gediend. De auto heeft een substantiële waarde en klager wordt buiten proportioneel geraakt door de in beslagname van de auto. Voor zover er enige vrees op recidive is ten aanzien van het aan klager ten laste gelegde feit overgelegd klager een verklaring van een vriend die zegt hem te zullen vervoeren. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de auto verbeurd zal verklaren.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beslag gehandhaafd dient te blijven. Klager is sinds 2019 meermalen aangehouden voor het rijden zonder (geldig) rijbewijs. Daarnaast reed klager rond met een vals rijbewijs. De kans op recidive wordt als zeer hoog ingeschat. In raadkamer heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu de politierechter, inmiddels, een eindbeslissing heeft genomen.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro reeds is geëindigd omdat de politierechter op 28 januari 2022 een eindbeslissing heeft genomen en heeft bevolen dat de betreffende auto teruggegeven kan worden aan de redelijkerwijs rechthebbende persoon/maatschappij. Het beslag is daarmee geëindigd. De rechtbank zal klager niet ontvankelijk verklaren in zijn beklag.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift.
Deze beslissing is op 4 april 2022 gegeven door mr. R.P. Broeders, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).