ECLI:NL:RBZWB:2022:6529
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst/Toeslagen niet tijdig heeft beslist op zijn verzoek om herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dit niet noodzakelijk is volgens artikel 8:54 Awb Pro.
Eiser had verweerder op 7 april 2022 in gebreke gesteld en sindsdien was de beslistermijn van twee weken verstreken zonder dat verweerder een besluit had genomen. Verweerder heeft in een dwangsombeschikking van 20 juli 2022 bevestigd te laat te zijn met beslissen. De rechtbank constateert dat het beroep gegrond is en draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 50,- en een proceskostenvergoeding van € 379,50 aan eiser. De rechtbank kwalificeert het geschil als licht en past de wegingsfactor 0,5 toe bij de berekening van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.