ECLI:NL:RBZWB:2022:6574
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op aanvraag kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 6 januari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder moest binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van zes maanden, maar heeft niet tijdig een besluit genomen. Na ingebrekestelling op 22 april 2022 en het verstrijken van de wettelijke termijn, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal aanvragen en de complexiteit van de herbeoordeling. De rechtbank acht een termijn van elf weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst een verlenging met vertraging door eiseres af.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van € 15.000,-. Ook wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres. De bestuurlijke dwangsom is door verweerder correct vastgesteld. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers op 7 november 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.