ECLI:NL:RBZWB:2022:6575
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op aanvraag kinderopvangtoeslag
Eiser heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag van 18 januari 2021 voor herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst had uiterlijk 18 januari 2022 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Eiser stelde de Belastingdienst op 26 juli 2022 in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank overweegt dat een termijn van twee weken voor beslissing na deze uitspraak in dit geval te kort is vanwege het grote aantal herbeoordelingen. Daarom wordt een termijn van twaalf weken gesteld waarbinnen de Belastingdienst alsnog moet beslissen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,- voor elke dag overschrijding.
De rechtbank wijst het verzoek van de Belastingdienst af om de termijn te verlengen met vertraging door toedoen van eiser. Daarnaast wordt het betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 379,50 aan eiser toegekend. De bestuurlijke dwangsom is door de Belastingdienst correct vastgesteld, zodat de rechtbank deze niet zelf vaststelt.
De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers en griffier M.R. Jouvenaar op 7 november 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen twaalf weken alsnog te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.