Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 28 juli 2021 en alle daarin reeds genoemde stukken;
- het definitieve deskundigenbericht d.d. 31 januari 2022;
- de conclusie na deskundigenbericht, tevens vermeerdering van eis, met producties 21 en 22, van [eisers];
- de antwoordconclusie na deskundigenbericht, met producties 3 tot en met 23, van [gedaagde];
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 21 september 2022 en de bij die gelegenheid door beide raadslieden voorgedragen pleinota’s en de spreekaantekeningen van [gedaagde].
2.De verdere beoordeling
gehelebenedenverdieping worden beschouwd.
gehelebenedenverdieping worden beschouwd.
“(…) Vanwege de aanleg van de vloerverwarmingsbuizen met een gem. afstand van 25 cm is er sprake van een vloerverwarmingssysteem als z.g. bijverwarming met een verwarmingsvermogen van 48 Watt/m2 terwijl dit bij norrnaa1 gebruik een vloerverwarmingssysteem als z.g. hoofdverwarming 170 Watt./m2 dient te zijn.Voorts schrijft de deskundige op pagina 8 zijn rapport:
“(…) De in deze woning aanwezige sfeerhaard heeft - door de deskundige ingeschat – een verwarmingsvermogen van ca. 8 tot 10 kW.
gehelebenedenverdieping kan worden beschouwd. De verweren van [gedaagde] die zich richten tegen het aanmerken van de gashaard als sierhaard, behoeven derhalve geen (nadere) bespreking en beslissing.
€ 2.884,00(4 x tarief III ad € 721,-)