ECLI:NL:RBZWB:2022:6588

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 maart 2022
Publicatiedatum
8 november 2022
Zaaknummer
016899-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Deels toekenning schadevergoeding na sepot strafzaak wegens onvoldoende bewijs

Verzoekster diende een verzoekschrift in tot toekenning van schadevergoeding ex artikel 530 Sv Pro wegens kosten van rechtsbijstand, reiskosten, verletkosten en immateriële schade na sepot van haar strafzaak op 19 oktober 2021 wegens onvoldoende bewijs.

De rechtbank oordeelde dat de gevraagde reiskosten, verletkosten en immateriële schade niet onder de reikwijdte van artikel 530 Sv Pro vallen en wees deze af. De kosten voor rechtsbijstand werden als bovenmatig beoordeeld gezien de beperkte aard van de vervolging, die slechts bestond uit een verhoor op het politiebureau.

De rechtbank matigde de vergoeding voor rechtsbijstand tot een forfaitair bedrag van €680,00 en kende daarnaast een forfaitaire vergoeding toe voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift. Het totale toegekende bedrag bedroeg €4.180,00.

De beslissing werd genomen door rechter J.C. Gillesse op 30 maart 2022 en is openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De rechtbank kent deels schadevergoeding toe en matigt de kosten voor rechtsbijstand tot €4.180,00.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
rk-nummer: 016899-21
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering ingekomen ter griffie op 31 oktober 2021, in de zaak:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres]

1.De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat tot een bedrag van € 6.554,67 bestaande uit de kosten van rechtsbijstand ten bedrage van €5.462,32, reiskosten en verlet kosten verhoor bij de politie ten bedrage van €162,35 en immateriële schade ten bedrage van € 250,00 alsmede de forfaitaire vergoeding ten bedrage van € 680,00 voor het indienen en de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting;
  • de kennisgeving sepot van 19 oktober 2021;
  • de conclusie van de officier van justitie d.d. 4 november 2021;
  • de overige stukken.
Het verzoekschrift is behandeld op de openbare zitting van de enkelvoudige raadkamer op 16 maart 2022. De gemachtigd raadsman mr. J.J. Douwes en de officier van justitie in het arrondissement Zeeland-West-Brabant, mr. R.S. Jacobs zijn gehoord.
Verzoekster is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.

2.Het verzoek en het standpunt van de officier van justitie

Namens verzoekster is aangevoerd dat er gronden van redelijkheid en billijkheid zijn om de gevraagde vergoeding toe te kennen. De gevraagde vergoeding bestaat uit kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt. De raadsman merkt op dat de zaak met name in de voorfase veel tijd in beslag heeft genomen. De raadsman heeft ter zitting de urenonderbouwing nader toegelicht en blijft bij het ingediende verzoek tot schadevergoeding.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het verzoek om schadevergoeding gedeeltelijk moet worden afgewezen. De door verzoekster gevraagde vergoeding van
€ 162,35 voor de reiskosten en verlet kosten met betrekking tot het verhoor bij de politie en de immateriële schade van € 250,00 komen niet voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten vallen niet onder de reikwijdte van artikel 530 Sv Pro. Met betrekking tot de gevraagde kosten voor rechtsbijstand stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat deze gedeeltelijk moeten worden afgewezen. De door de raadsman verrichte werkzaamheden staan niet in verhouding met de aard van de zaak.

3.De beoordeling.

De rechtbank overweegt als volgt.
Het verzoekschrift is tijdig en op de juiste wijze ingediend.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede de kosten die hij heeft gemaakt voor rechtsbijstand.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De zaak van verzoekster is op 19 oktober 2021 geseponeerd in verband met onvoldoende bewijs. De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoekster een vergoeding toe te kennen voor de kosten van rechtsbijstand
De rechtbank overweegt als volgt.
Met betrekking tot de gevraagde reiskosten en verlet kosten die verzoekster heeft moeten maken met betrekking tot het verhoor bij de politie alsmede de gevraagde immateriële schadevergoeding is de rechtbank van oordeel dat deze kosten niet in aanmerking komen voor vergoeding. Deze kosten vallen niet onder de reikwijdte van artikel 530 Sv Pro.
Met betrekking tot de verzochte vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand komt de zaak de rechtbank niet voor als een complexe strafzaak en is de vervolging beperkt gebleven tot een verhoor op het politiebureau. Gelet hierop komen de gevorderde kosten voor rechtsbijstand de rechtbank bovenmatig voor en zal de rechtbank een schatting maken in hoeverre in het kader van de onderhavige strafzaak gemaakte kosten van rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank acht termen aanwezig om de verzochte vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand te matigen en kent een bedrag toe van
€ 3.500,00.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer zal een forfaitaire vergoeding worden toegekend van
€ 680,00.

4.De beslissing.

De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro tot een bedrag van € 4180,00 (vierduizend en honderdtachtig euro) toe.
De rechtbank bepaalt dat een bedrag van
€ 4180,00(vierduizend en honderdtachtig euro) zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van de Stichting Derdengelden Douwes + Partners Advocaten, onder vermelding van " [verzoekster] /staat (schadevergoeding)".
De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding voor het overige af.
Deze beslissing is op 30 maart 2022 gegeven door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).