Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was houder van een personenauto waarvan de kentekenregistratie was geschorst van 20 januari 2020 tot en met 21 april 2020. Tijdens deze schorsingsperiode werd de auto op 2 maart 2020 geparkeerd aangetroffen op een parkeervak dat feitelijk openstaat voor het openbaar verkeer. De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete op.
Belanghebbende voerde verweer tegen de naheffingsaanslag, de boete en de dwangsom, onder meer met een beroep op het motiveringsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat het parkeervak als openbaar toegankelijk moet worden beschouwd en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen sprake was van ongelijke behandeling zonder objectieve rechtvaardiging.
Verder werd geoordeeld dat de inspecteur voldoende heeft gemotiveerd en dat de verzuimboete passend is. De dwangsom is correct berekend vanaf de datum waarop de ingebrekestelling door de inspecteur is ontvangen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag, verzuimboete en dwangsom is ongegrond verklaard.