Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaatsnaam] , verzoekster
Procesverloop
€ 1.123,63.
Overwegingen
€ 96,80).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster had beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid en restverdiencapaciteit werden vastgesteld zonder wijziging van haar uitkering. Later heeft het UWV het besluit gewijzigd en een IVA-uitkering toegekend wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. Het UWV stemde in met de proceskostenveroordeling.
De rechtbank heeft het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond beoordeeld en het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, bestaande uit de forfaitaire kosten voor rechtsbijstand en de kosten voor het opvragen van medische informatie.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster na intrekking van het beroep wegens toekenning van een IVA-uitkering.