Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006, nader te noemen: [roepnaam minderjarige] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn gescheiden ouders van een minderjarige geboren in 2006, die feitelijk bij de moeder verblijft. De moeder verzoekt vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij haar en wijziging van de co-ouderschapsregeling in een zorgregeling zonder contact tussen vader en kind, mede vanwege schorsingsvoorwaarden uit een strafzaak tegen de minderjarige.
De vader verzet zich tegen deze verzoeken en stelt dat de hoofdverblijfplaats bij hem moet zijn conform de strafrechtelijke schorsingsvoorwaarden. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert een beschermingsonderzoek vanwege ernstige zorgen over de minderjarige, maar de rechtbank wijst dit advies af voor deze beslissing.
De rechtbank oordeelt dat de feitelijke situatie bepalend is en stelt de hoofdverblijfplaats formeel vast bij de moeder, waar het kind al jaren staat ingeschreven. De co-ouderschapsregeling wordt gewijzigd omdat deze niet meer wordt nageleefd en niet haalbaar is, maar contact tussen vader en kind blijft toegestaan. De geldvordering tot terugbetaling van kinderbijslag wordt verwezen naar de kantonrechter wegens onbevoegdheid van de familierechter.
De beslissingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de ontwikkeling van het kind niet te belemmeren. De uitspraak is gedaan door kinderrechter Toekoen op 1 november 2022 te Breda.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt vastgesteld bij de moeder en de zorgregeling gewijzigd met behoud van contact tussen vader en kind; geldvordering wordt verwezen naar de kantonrechter.