ECLI:NL:RBZWB:2022:6688
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 3 maart 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden plus een verlenging van zes maanden een besluit genomen, waardoor de termijn op 3 maart 2022 was verstreken.
Eiseres heeft verweerder op 2 april 2022 in gebreke gesteld, waarna zij het beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank draagt verweerder op om binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, met een verlenging tot twaalf weken vanwege het grote aantal verzoeken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet ook het door eiseres betaalde griffierecht van € 50,- vergoeden. De rechtbank wijst een verlenging van de termijn met vertraging door toedoen van eiseres af wegens onduidelijkheid.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen twaalf weken alsnog moet beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.