ECLI:NL:RBZWB:2022:6689
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 3 februari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden een besluit genomen, waardoor eiseres een ingebrekestelling heeft gestuurd op 28 februari 2022. Na het verstrijken van de wettelijke termijn zonder besluit, heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting, op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder heeft verzocht om verlenging van de beslistermijn tot dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de herbeoordeling. De rechtbank acht een termijn van twaalf weken redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door toedoen van eiseres af.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen twaalf weken alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Verweerder wordt ook verplicht het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen twaalf weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.