ECLI:NL:RBZWB:2022:6715
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens toekenning IVA-uitkering
Verzoeker had een aanvraag voor een WIA-uitkering ingediend die door het UWV werd afgewezen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit. Vervolgens wijzigde het UWV het besluit en kende alsnog per 1 november 2020 een IVA-uitkering toe wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Naar aanleiding van deze wijziging trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten. Het UWV verzette zich niet tegen de proceskostenvergoeding. De rechtbank beoordeelde het verzoek en wees het als kennelijk gegrond toe.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van de forfaitaire proceskosten van €759,- en de redelijke kosten van een deskundige van €1.902,70, in totaal €2.661,70. Tevens wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €49,- door het UWV vergoed moet worden en dat verzoeker dit rechtstreeks kan vorderen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van €2.661,70 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens toekenning van een IVA-uitkering.