ECLI:NL:RBZWB:2022:6754
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 10 februari 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes maanden, met mogelijke verlenging van zes maanden, op dit verzoek beslist. Eiseres heeft de Belastingdienst op 30 maart 2022 in gebreke gesteld, waarna zij binnen twee weken nog geen besluit ontvingen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Hoewel de Belastingdienst verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege de grote hoeveelheid verzoeken en de noodzaak tot zorgvuldige behandeling, acht de rechtbank een termijn van elf weken na verzending van de uitspraak redelijk. De rechtbank wijst een verlenging van de termijn wegens vertraging door eiseres af wegens onduidelijkheid.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Het betaalde griffierecht van €50 wordt aan eiseres vergoed. Er worden geen overige proceskosten toegekend omdat eiseres zelf het beroepschrift heeft ingediend en de gemachtigde geen vergoedbare proceshandelingen heeft verricht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen elf weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.