ECLI:NL:RBZWB:2022:6765
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens niet-nakoming en huurachterstand, geen betaling door inwoner
WonenBreburg vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde sub1] wegens niet-nakoming van verplichtingen, waaronder het niet als hoofdverblijf bewonen van de huurwoning en een aanzienlijke huurachterstand. Tevens vordert zij betaling van de huurachterstand en toekomstige huurtermijnen van zowel [gedaagde sub1] als [gedaagde sub2], die als inwoner in de woning verblijft maar niet contractueel huurder is.
[gedaagde sub1] verschijnt niet in de procedure, waardoor verstek tegen hem is verleend. [gedaagde sub2] voert verweer dat hij als medehuurder moet worden beschouwd, verwijzend naar toezeggingen van WonenBreburg en feitelijke betaling van huur. De rechtbank oordeelt dat alleen [gedaagde sub1] huurder is en dat [gedaagde sub2] onvoldoende heeft onderbouwd dat hij huurrechten heeft.
De kantonrechter wijst de vorderingen tot betaling van huur door [gedaagde sub2] af, omdat hij als inwoner met toestemming woont en geen rechtsgrond heeft voor betaling van huur. De ontbinding van de huurovereenkomst wordt toegewezen, en zowel [gedaagde sub1] als [gedaagde sub2] worden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Ook worden zij hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, huurtermijnen tot ontbinding en gebruiksvergoeding na ontbinding, alsmede proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst met de contractuele huurder wordt ontbonden en beide partijen worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstanden en kosten.