Eiseres is eigenaar van een gemeentelijk monument waar bouw- en sloopwerkzaamheden plaatsvonden zonder de vereiste vergunningen. Het college legde daarop een sloop- en bouwstop en een last onder dwangsom op. Eiseres maakte bezwaar en het college herzag het besluit gedeeltelijk. De Commissie voor de bezwaarschriften adviseerde het bezwaar deels gegrond te verklaren.
De rechtbank oordeelt dat ten tijde van het bestreden besluit de werkzaamheden al waren gelegaliseerd door de verlening van een omgevingsvergunning, waardoor het college niet bevoegd was om de bouwstop en dwangsom op te leggen. Dit werd door het college erkend.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het eerdere besluit van 1 maart 2021. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.