ECLI:NL:RBZWB:2022:6788
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor woningbouw met uitrit
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen heeft op 30 september 2022 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning met uitrit aan een adres in de gemeente. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de uitvoering van het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Het college overlegde een verklaring van de vergunninghouder dat deze niet zal starten met de bouwwerkzaamheden voordat op het bezwaar is beslist. Hierdoor is geen sprake van onverwijlde spoed en kan de bezwaarprocedure worden afgewacht zonder dat het besluit geschorst hoeft te worden.
Verzoekers argument dat het besluit geschorst moet worden tot een nieuw bestemmingsplan onherroepelijk is, werd als een te vergaande maatregel beoordeeld die niet past binnen het karakter van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoeker onvoldoende spoedeisend belang heeft en wees het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.