ECLI:NL:RBZWB:2022:6800
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Haerkens-Wouters
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorlopige partneralimentatie rekening houdend met stijgende kosten en bijstandsnorm 2023
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot voorlopige partneralimentatie tussen partijen die in 2019 in Marokko trouwden en sinds maart 2022 samenwonen in Nederland. De vrouw vroeg een bijdrage van €1.200 per maand, gebaseerd op haar behoefte volgens de Participatiewet-uitkering voor een alleenstaande.
De rechtbank oordeelde dat de behoefte van de vrouw redelijk is vastgesteld op €1.101,82 netto per maand, ondanks dat zij momenteel geen eigen inkomen heeft en door derden wordt onderhouden. De financiële draagkracht van de man werd vastgesteld op basis van zijn bruto jaarinkomen van €43.643, rekening houdend met fiscale heffingskortingen en diverse lasten zoals huur, ziektekosten, leningen en advocaatkosten.
De rechtbank verwierp de door de man opgevoerde persoonlijke leningen wegens onvoldoende bewijs, maar hield wel rekening met een extra bedrag van €100 per maand vanwege de gestegen energie- en boodschappenprijzen en de verwachte stijging van de bijstandsnorm in 2023. Het verzoek van de man om rekening te houden met gewijzigde fiscale aftrekbaarheid van partneralimentatie werd als onvoldoende onderbouwd afgewezen.
Op grond van deze omstandigheden stelde de rechtbank de voorlopige partneralimentatie vast op €212 bruto per maand, wat neerkomt op €134 netto, toe te rekenen aan de man. De verplichting gaat in op de datum van de beschikking, en de rechtbank voegde een gewaarmerkte berekening aan de beschikking toe.
Uitkomst: De rechtbank stelt de voorlopige partneralimentatie vast op €212 bruto per maand, ingaand op de datum van de beschikking.