Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd voor parkeren op 16 januari 2021. Na bezwaar stelde de heffingsambtenaar vast dat de auto niet op de opgegeven locatie stond en vernietigde de aanslag, met een kostenvergoeding van €66,25 op basis van een wegingsfactor zeer licht.
Belanghebbende stelde beroep in tegen deze beslissing. De rechtbank beoordeelde of de hoorplicht was geschonden en of de toegepaste wegingsfactor terecht was. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat de heffingsambtenaar het bezwaar volledig had gehonoreerd en geen inhoudelijke gronden meer te behandelen waren.
Verder was de wegingsfactor zeer licht passend omdat belanghebbende slechts een standaard bezwaar had ingediend zonder nadere onderbouwing. De rechtbank vond de motivering van de heffingsambtenaar toereikend en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de toegepaste wegingsfactor zeer licht voor de kostenvergoeding blijft gehandhaafd.