ECLI:NL:RBZWB:2022:6813
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na medische beoordeling en WIA-vergelijking
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering te beëindigen per 30 augustus 2021. Het geschil betreft de vraag of het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiser geschikt is voor arbeid binnen de functies die eerder in het kader van de WIA-beoordeling zijn vastgesteld.
De rechtbank stelt vast dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) zorgvuldig is uitgevoerd. Hoewel eiser meerdere aandoeningen heeft, waaronder een navelbreuk en artrose in de knie, leidt dit niet tot meer beperkingen dan eerder vastgesteld, behalve een lichte toename in beperkingen voor lopen en staan. De functie van samensteller kunststof en rubberproducten is hierdoor niet meer passend, maar andere functies blijven geschikt.
Eiser voerde aan dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn psychische klachten en de impact van alle klachten gezamenlijk. De rechtbank oordeelt echter dat de psychische belastbaarheid voldoende is beoordeeld en dat hiervoor geen extra beperkingen nodig zijn. De beperkingen zoals opgenomen in de functionele mogelijkhedenlijst van november 2020 blijven leidend.
Gezien deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat het UWV terecht heeft besloten de Ziektewetuitkering te beëindigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.