ECLI:NL:RBZWB:2022:6815
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging opschorting en intrekking uitkering Participatiewet wegens onrechtmatigheid
Eiser ontving een uitkering op grond van de Participatiewet en werd door het college verzocht om gegevens, waaronder afschriften van zijn Paypalrekening, te overleggen. Nadat eiser niet tijdig alle gevraagde stukken had ingeleverd, schortte het college de uitkering op en trok deze later in. Eiser maakte bezwaar tegen beide besluiten.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet in verzuim was op het moment van opschorting omdat hij op tijd een verzoek om een nieuw heronderzoekformulier had gedaan, wat ook als een uitstelverzoek had moeten worden beschouwd. Hierdoor was het college niet bevoegd om de uitkering per 12 januari 2021 op te schorten en ook niet om deze later in te trekken.
De rechtbank vernietigde daarom de bestreden besluiten, herroept het besluit van 12 januari 2021 en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot opschorting en intrekking van de uitkering en draagt het college op een nieuw besluit te nemen.