ECLI:NL:RBZWB:2022:6816
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 4 maart 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst had op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen uiterlijk op 4 maart 2022 moeten beslissen, nadat zij de beslistermijn eenmaal met zes maanden had verlengd.
Eiseres stelde de Belastingdienst op 8 maart 2022 in gebreke omdat er nog geen besluit was genomen. Na ontvangst van de ingebrekestelling op 10 maart 2022 verstreken twee weken zonder dat een besluit volgde. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen elf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
De Belastingdienst had verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de behandeling. De rechtbank acht een termijn van elf weken redelijk en wijst het verzoek om verlenging met vertraging door eiseres af vanwege onduidelijkheid.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Verweerder moet ook het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.