ECLI:NL:RBZWB:2022:6818
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst/Toeslagen niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 31 maart 2021 om herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Hoewel eiseres het beroep te vroeg indiende, verklaart de rechtbank het beroep ontvankelijk omdat de termijn inmiddels is verstreken en nog geen besluit is genomen.
De Belastingdienst had uiterlijk op 31 maart 2022 moeten beslissen, nadat de beslistermijn op 31 augustus 2021 met zes maanden was verlengd. Eiseres stelde de Belastingdienst op 6 september 2022 in gebreke, waarna de termijn van twee weken verstreek zonder besluit. Verweerder vroeg om een langere beslistermijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en benodigde zorgvuldigheid, maar de rechtbank bepaalt een termijn van elf weken als redelijk.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht van € 50,- en proceskosten van € 379,50 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers en griffier M.R. Jouvenaar op 17 november 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.