Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[de veroordeelde],
Feiten
Procedure
Vordering van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
Beslissing
55 dagen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het gerechtshof heeft aan de veroordeelde bij arrest een ontnemingsmaatregel opgelegd van €16.537,87, welke onherroepelijk is geworden. Tot de datum van de vordering heeft de veroordeelde geen betaling verricht.
De vordering tot gijzeling is op 13 januari 2022 ingediend en op 22 april 2022 in openbare raadkamer behandeld. De veroordeelde is niet verschenen ondanks oproeping. De officier van justitie heeft verzocht om een machtiging tot gijzeling voor 55 dagen.
De rechtbank constateert dat de veroordeelde geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft en niet reageert op aanmaningen. Pogingen tot contact via de raadsman zijn mislukt. Er is geen aannemelijk bewijs dat de veroordeelde niet kan betalen. Daarom wordt de vordering toegewezen en machtiging verleend tot gijzeling voor 55 dagen.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot gijzeling voor 55 dagen wegens niet-nakoming van de ontnemingsmaatregel.