ECLI:NL:RBZWB:2022:6833
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-profielbepaling ongegrond verklaard
De veroordeelde, veroordeeld voor mishandeling, overtreding van de Opiumwet en Wet Wapens en Munitie, maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 Wet Pro DNA-onderzoek bij veroordeelden. Hij stelde dat vanwege zijn minderjarige leeftijd ten tijde van het delict, het ontbreken van recidivegevaar en de aard van het misdrijf het DNA-onderzoek niet van betekenis zou zijn voor opsporing en vervolging.
De rechtbank overwoog dat het misdrijf voldoet aan de criteria voor DNA-afname en dat de aard van de misdrijven (overtredingen van de Opiumwet en Wet Wapens en Munitie) het bepalen van het DNA-profiel relevant maakt. Daarnaast werd het advies van de Raad voor de Kinderbescherming betrokken, waaruit bleek dat er sprake is van een hoog recidiverisico.
De rechtbank concludeerde dat geen uitzonderingssituatie aanwezig is die het bezwaar zou rechtvaardigen. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing zijn geen rechtsmiddelen open.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.