Verzoeker, verdacht van een strafbaar feit inzake de Opiumwet sinds april 2017, verzocht de rechtbank om de strafzaak tegen hem te beëindigen wegens verjaring van het vervolgingsrecht. Hij was sinds april 2017 tweemaal verhoord en vroeg om inzage in het procesdossier, maar het Openbaar Ministerie gaf hieraan geen gehoor.
De rechtbank constateerde dat het strafrechtelijk onderzoek zich in een omvangrijk onderzoek KeiAppel bevindt, waarbij recentelijk vervolgingsbeslissingen zijn genomen. Verzoeker is inmiddels gedagvaard voor de politierechter en er is een zittingsdatum vastgesteld in juni 2022.
Gezien deze ontwikkelingen oordeelde de rechtbank dat de vervolging niet is gestaakt en dat het verzoek tot beëindiging van de strafzaak ongegrond is. De rechtbank wees het verzoek daarom af tijdens de openbare terechtzitting van 22 april 2022.