Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
4.Conclusie en gevolgen
5.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning tot een bedrag van € 269.000;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 111;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 889;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.787 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 48 aan belanghebbende moet vergoeden.