ECLI:NL:RBZWB:2022:6870
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering op 1 augustus 2020
Eiser ontvangt sinds 2014 een WIA-uitkering en meldt een verslechtering van zijn gezondheid per augustus 2020. Het UWV stelt op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat eiser 55,90% arbeidsongeschikt is, wat leidt tot een WGA-vervolguitkering. Eiser betwist deze beoordeling en stelt dat zijn lichamelijke en psychische klachten onvoldoende zijn meegewogen, en dat de functies die hij nog zou kunnen uitvoeren ongeschikt zijn.
De rechtbank beoordeelt de medische rapporten van de verzekeringsartsen en het arbeidskundig onderzoek als zorgvuldig, eenduidig en begrijpelijk. De medische informatie die eiser aanvoert dateert grotendeels van na de datum in geschil en biedt geen objectieve aanwijzingen voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid op 1 augustus 2020. De beperkingen zijn adequaat in de functionele mogelijkhedenlijst opgenomen.
De arbeidsdeskundige heeft functies vastgesteld die eiser met zijn beperkingen kan uitvoeren, en de berekening van het verdienvermogen leidt tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55,90%. De rechtbank vindt dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd waarom deze functies passend zijn en waarom de mate van arbeidsongeschiktheid niet hoger is.
De rechtbank concludeert dat het beroep van eiser ongegrond is en dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft vastgesteld op basis van een arbeidsongeschiktheid van 55,90%. Proceskosten worden niet vergoed omdat eiser in het beroep niet in het gelijk wordt gesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser 55,90% arbeidsongeschikt is volgens het UWV.