Op 9 april 2020 werd in Vlissingen een ontploffing veroorzaakt door een Cobra 8 die op de auto van een politieverbalisant werd gegooid of geplaatst. De rechtbank acht bewezen dat verdachte samen met anderen deze daad heeft gepleegd, waarbij sprake was van gemeen gevaar voor goederen, maar niet van levensgevaar.
De rechtbank baseerde haar oordeel op encrochatberichten die de rol van verdachte als onmisbare tussenpersoon en aanstuurder van de uitvoerder aantonen. Daarnaast werd verdachte geïdentificeerd via koppelingen tussen zijn telefoon, reisbewegingen en een auto die op zijn naam stond.
De rechtbank benadrukte de ernstige intimidatie van de politieverbalisant en zijn gezin, die zich genoodzaakt zagen te verhuizen en van functie te wisselen. Dit werd gezien als een aanval op de politie en daarmee op de rechtsstaat. Gezien de ernst en het strafdoel van generale preventie werd een gevangenisstraf van drie jaar opgelegd, hoger dan de eis van de officier van justitie.
Verder werd verdachte veroordeeld tot een schadevergoeding van €2.500,- aan de benadeelde partij voor immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente en hoofdelijk aansprakelijk gesteld samen met mededaders. De rechtbank wees ook de kosten van rechtsbijstand toe.