Op 3 augustus 2020 werd bij verdachte een taser, twee kogelpatronen en ongeveer 4,4 gram MDMA aangetroffen in zijn woning te Middelburg. Verdachte werd vervolgd voor het bezit van deze verboden middelen en wapens. Tijdens de zitting van 4 november 2022 was verdachte niet aanwezig, maar zijn raadsman wel. De officier van justitie baseerde de tenlastelegging op de bekennende verklaring van verdachte en diverse bewijsmiddelen, waaronder proces-verbaal van doorzoeking, NFI-rapport en wapenbeschrijvingen.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de taser (categorie II wapen), de munitie (categorie III) en de MDMA (harddrug) in bezit had. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten. De rechtbank oordeelde dat het bezit van wapens en harddrugs een gevaar vormt voor de veiligheid en volksgezondheid en dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld.
Hoewel de redelijke termijn voor een openbare behandeling met ruim drie maanden was overschreden, vond de rechtbank geen reden voor strafvermindering. De rechtbank legde een geldboete van €1.500 op, met 25 dagen vervangende hechtenis bij niet-betaling. Tevens werd het inbeslaggenomen geldbedrag aan verdachte teruggegeven omdat dit niet vatbaar was voor verbeurdverklaring.