ECLI:NL:RBZWB:2022:6893
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op aanvraag kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 19 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, met mogelijke verlenging van zes maanden, een besluit genomen. Eiseres heeft verweerder op 9 mei 2022 ingebreke gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank beveelt verweerder binnen elf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Verweerder had om een langere termijn van dertien weken verzocht vanwege het grote aantal verzoeken en noodzakelijke processtappen, maar de rechtbank acht elf weken redelijk.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Tevens stelt de rechtbank de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsom vast op € 1.442,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 50,- en de proceskosten van eiseres van € 379,50. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers op 17 november 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.