ECLI:NL:RBZWB:2022:690
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2019
Belanghebbende heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van proceskosten in verband met de intrekking van het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019.
De rechtbank heeft de vergoeding van proceskosten in de bezwaarfase vastgesteld op €269, gebaseerd op het tarief uit het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voor de beroepsfase is een vergoeding van €379,50 toegekend, waarbij een wegingsfactor van 0,5 is toegepast conform het richtsnoer van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Belanghebbende stemde in met deze vergoedingen.
De inspecteur heeft in beroep ingestemd met de vergoeding van proceskosten in zowel de bezwaar- als beroepsfase. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende recht heeft op een totale proceskostenvergoeding van €648,50.
Het betaalde griffierecht van €49,00 wordt niet vergoed door de inspecteur, aangezien de wet dit niet toelaat in deze procedure, maar de inspecteur dient dit zelf te vergoeden volgens artikel 8:41, zevende lid, Awb.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 11 februari 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van €648,50 aan proceskosten aan belanghebbende.