Veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis van 27 december 2018 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens verkrachting en aanranding van de eerbaarheid. Op 28 oktober 2021 is hij voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder algemene en bijzondere voorwaarden.
De officier van justitie verzocht op 7 oktober 2022 de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens het niet naleven van voorwaarden omtrent ambulante behandeling, begeleid wonen en meldplicht. De reclassering rapporteerde dat de behandeling bij Forensische Zorg Zeeland was stopgezet en dat veroordeelde geen openheid gaf, waardoor gedragsverandering moeilijk is.
Tijdens de zitting op 2 november 2022 werd de officier van justitie gehoord, evenals de veroordeelde en een reclasseringsdeskundige. De deskundige adviseerde afwijzing van de vordering om de kans op recidive te verkleinen, aangezien voortzetting van behandeling het beste is. Veroordeelde beloofde zich voortaan aan de voorwaarden te houden.
De rechtbank concludeerde dat er op dit moment geen belang is bij herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling en wees de vordering af. De veroordeelde krijgt een laatste kans om zich aan de voorwaarden te houden, met de waarschuwing dat bij nieuwe overtredingen een nieuwe vordering kan worden ingediend.