ECLI:NL:RBZWB:2022:6906
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuursorgaan tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep WIA-uitkering
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat zij vanaf 10 maart 2021 geen recht had op een WIA-uitkering. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard in een bestreden besluit van 28 maart 2022. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit. Vervolgens wijzigde het UWV het besluit op 25 augustus 2022, waarbij verzoekster recht kreeg op een loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 10 maart 2021.
Naar aanleiding van deze wijziging trok verzoekster haar beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank beoordeelde dit verzoek op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan het beroep was tegemoetgekomen en dat de proceskostenveroordeling voor de bezwaarfase reeds was toegekend. Daarom beperkte de rechtbank haar beoordeling tot de beroepsfase en wees het verzoek toe. De proceskosten werden vastgesteld op € 759,- voor de door een derde verleende rechtsbijstand. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 50,- door het UWV vergoed moet worden.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten van verzoekster ten bedrage van € 759,-. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 17 november 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 759,- na intrekking van het beroep vanwege een gewijzigd besluit over de WIA-uitkering.