Eiseres maakte bezwaar tegen de definitieve vaststelling van haar huurtoeslag over 2018 op nihil en de terugvordering van €4.486, omdat haar vermogen volgens haar niet juist was vastgesteld. De Belastingdienst/Toeslagen had het vermogen vastgesteld op €45.635, wat hoger is dan het heffingsvrije vermogen, waardoor geen recht op huurtoeslag bestaat.
Eiseres voerde aan dat een schuld in Marokko niet was meegenomen, waardoor het vermogen te hoog werd vastgesteld. De rechtbank overweegt dat de Belastingdienst/Toeslagen de inkomensgegevens moet gebruiken zoals vastgesteld door de inspecteur inkomstenbelasting, ook als daartegen bezwaar of beroep loopt. De lopende procedure bij de belastingrechter kan de uitkomst in deze zaak niet beïnvloeden.
De rechtbank concludeert dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht de huurtoeslag op nihil heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Karsten-Badal op 18 november 2022.