Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
zijnopgenomen in het dossier vanaf pagina 863 tot en met 1118) heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten onder andere:
deslachtoffers en/of
dezevoorwerp
en– onmiddellijk of middellijk – afkomstig
warenuit enig misdrijf.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
ontslaat verdachte op dat onderdeel van alle rechtsvervolging;
een gevangenisstraf van 30 maanden;
€ 139,96, aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 27 december 2021 tot aan de dag der voldoening;
[benadeelde 1] , € 139,96(feit 1 en 2) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 27 december 2021 tot aan de dag der voldoening;
€ 124,95, aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 24 november 2021 tot aan de dag der voldoening;
[slachtoffer 10](feit 1 en 2), € 124,95 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 24 november 2021 tot aan de dag der voldoening;
€ 15,00aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 17 december 2021 tot aan de dag der voldoening;
[slachtoffer 2](feit 1 en 2),
€ 15,00te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 17 december 2021 tot aan de dag der voldoening;
€ 25,00aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 6 augustus 2021 tot aan de dag der voldoening;
[aangever 4](feit 1 en 2),
€ 25,00te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 6 augustus 2021 tot aan de dag der voldoening;