Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2022:6923

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 april 2022
Publicatiedatum
22 november 2022
Zaaknummer
22-001107
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 117 SvArt. 134 lid 2 onder c SvArt. 94 SvArt. 353 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klaagschrift inzake inbeslagname gehandicaptenvoertuig

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 april 2022 een klaagschrift van klager tegen de inbeslagname van een gehandicaptenvoertuig. Klager stelde dat het voertuig onrechtmatig was ingenomen omdat het een legaal omgebouwd voertuig betrof. De officier van justitie voerde aan dat het klaagschrift niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het voertuig inmiddels vernietigd was.

De rechtbank oordeelde dat het beslag op het voertuig was geëindigd door de vernietiging ex artikel 117 Sv Pro, waardoor het klaagschrift gericht op teruggave van het beslag niet-ontvankelijk is. De rechtbank verwees naar de strafzaak waarin een finaal oordeel zal volgen over het beslag en eventuele uitbetaling van vervangende waarde.

Daarom werd het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift tegen de vernietiging van het voertuig.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: -
rk.nummer: 22-001107
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]geboren op [geboortedag] 2005,
wonende te [woonadres]
hierna te noemen: klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 1 september 2021 onder klager in beslag is genomen: een bromfiets.
  • het klaagschrift, ingediend op 13 januari 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie; en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 5 april 2022. Gehoord zijn de officier van justitie, klager en de wettelijk vertegenwoordiger van klager [naam] .
Namens klager is aangevoerd dat er onder hem een gehandicaptenvoertuig in beslag is genomen. Het voertuig is onrechtmatig en onder verkeerde aannames in beslag genomen. Het voertuig betrof geen zelf omgebouwde scooter maar een door een erkend bedrijf (INCA Techniek) omgebouwd (legaal) gehandicapten voertuig.
de officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift, primair, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het betreffende voertuig is inmiddels vernietigd ex. art. 117 Sv Pro. en is niet om baat vervreemd. het beslag is geëindigd gelet op artikel 134, lid 2, onder C Sv. Het betrof een voertuig dat zelf gebouwd was, gecorrigeerd 67 km/u kon rijden en niet was toegestaan voor gebruik op de openbare weg. Er is inmiddels een strafbeschikking uitgevaardigd en er zal, desnoods, een separate vordering tot onttrekking aan het verkeer in raadkamer aanhangig worden gemaakt.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
De rechtbank maakt uit de stukken en het verhandelde in raadkamer op dat de bromfiets met toestemming van de officier van justitie is vernietigd. De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 reeds Pro is geëindigd omdat de bromfiets is vernietigd. Door vernietiging met een machtiging als bedoeld in artikel 117 Sv Pro eindigt het beslag (artikel 134 lid 2 onder Pro c Sv). Dat brengt met zich dat klager in zijn klaagschrift, strekkende tot teruggave van het beslag, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
De rechtbank zal in de strafzaak tegen klager een finaal oordeel geven over het beslag ex art. 353 Sv Pro. Hieruit zal volgen of klager aanspraak kan maken op de uitbetaling van de vervangende waarde ex art. 119 lid 2 Sv Pro.
De rechtbank zal klager niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift.
Deze beslissing is op 19 april 2022 gegeven door mr. R.P. Broeders, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).